Expeditie Geologische Dienst Nederland - TNO

Expeditie Geologische Dienst Nederland - TNO

Geplaatst op 26 april 2013

Stenen vertellen verhalen over hoe Nederland is ontstaan, er zit zilverzand in je tandpasta, uit een warme steen kun je olie en gas laten ontsnappen en zand uit de laatste ijstijd kun je zomaar aanboren in het weiland naast het gebouw. Het zijn de ontdekkingen van leerlingen uit groep 8 van basisschool de Catamaran uit Loosdrecht tijdens hun Geoweek expeditie naar de Geologische Dienst Nederland TNO.

De ondergrond is heel belangrijk voor onze samenleving en wordt op veel verschillende manieren gebruikt. Alle informatie die de Geologische Dienst Nederland daarover heeft is voor iedereen toegankelijk. Ook adviseert de Geologische Dient de overheid, het bedrijfsleven en particulieren over tal van zaken die verband houden met het gebruik en een duurzaam beheer van de ondergrond. Dat gaat vanaf het oppervlak tot kilometers diepte.

Tijdens de expeditie mogen de leerlingen zelf ervaren hoe de verschillende materialen uit de ondergrond eruit zien. Ze voelen de scherpte of zachtheid van zandsoorten, krijgen vieze handen van steenkool en veen en kunnen proeven dat een kern steenzout, die van 2500 m diep komt, echt zout is. Vooral in de kalkstenen komen veel fossielen voor en de staartpunten van Belemnieten, een uitgestorven soort inktvis, zijn populair en mogen verzameld worden om mee te nemen. Daarna gaan de leerlingen mee naar de beschrijfruimte van de Geologische Dienst, een grote hal waar de geologen boormonsters en boorkernen bestuderen. Geert-Jan Vis heeft de aandacht van de leerlingen al gauw te pakken als hij door een stukje moedergesteente te verwarmen olie en gas te voorschijn tovert. Het gas brandt en de vrijkomende olie vinden de leerlingen behoorlijk vies stinken. Daarna gaat men aan de slag om met behulp van een fietspomp een proefopstelling van een gasveld vol te pompen. Ronald Harting laat een andere groep boorkernen zien en wat je daar allemaal in kan waarnemen. In de kernen is een zandlaag aanwezig waarin schoon en goed water zit. De laag wordt aan de boven- en onderkant begrensd door dikke kleilagen. “Een prachtige bescherming van de laag met het goede water” zo legt Ronald uit. Met Jeroen Schokker gaan de leerlingen op het weiland naast het gebouw een grondboring maken. Klei, veen en zand wordt aangeboord. “Het zand is in de laatste ijstijd door de wind hier naar toe geblazen” legt Jeroen uit. Daarna verandert het gebied in een moeras waar veen gevormd is. De kleilaag is ongeveer 3000 jaar geleden ontstaan toen de Uithof door een zijtak van de Rijn werd overstroomd. En zo blijkt dat de drie grondsoorten die aangeboord zijn een heel verhaal over het ontstaan van het gebied vertellen.

Tijdens de expeditie krijgen de leerlingen veel informatie en leren ze een dat de ondergrond belangrijk is en dat we dagelijks dingen uit de ondergrond gebruiken.